Foto: Robin de Puy

In december is Sandra van Rosmalen zeven jaar samen met haar assistentiehond Babbe. In april wordt Babbe negen, een respectabele leeftijd. Tijdens het vorige nazorgbezoek kwam het voor het eerst ter sprake: de pensionering van Babbe. Hoe ga je daarmee om als je jarenlang een twee-eenheid bent geweest en hoe bereid je je voor op een mogelijke opvolger? Sandra vertelt wat de aankomende pensionering van haar eerste assistentiehond allemaal teweegbrengt.

‘Sinds Babbe acht is, komt instructeur Marlouke Roos elk half jaar langs voor een nazorgbezoek’, begint Sandra. ‘Alle oudere honden krijgen vaker bezoek en ik vind dat heel goed. De ene hond is nou eenmaal vitaler dan de andere. Het is fijn dat er wordt gecheckt of een hond er nog wel zin in heeft en het werk fysiek aankan. Tijdens het nazorgbezoek van vorig jaar viel het woord “pensionering” voor het eerst. Natuurlijk is dat heus wel door mijn hoofd gegaan, maar als het onderwerp echt wordt aangesneden, is het toch heftig. Babbe en ik, wij communiceren zonder woorden. Ik hoef geen commando meer te geven. Babbe en ik zijn samen één, zeg ik altijd. Al zeven jaar delen we lief en leed. Ik vind het emotioneel om over haar pensionering na te denken. En dan ben ik nog bevoorrecht dat ze bij mij kan blijven als huishond. Je doet alles samen, je bent zo’n geolied team. Maar ze heeft al die jaren liefdevol voor me gewerkt, ik ben blij dat ik haar ook met liefde met pensioen kan laten gaan.’

Tweede hond vergt nadenkwerk en voorbereiding

Sandra voelt zich fysiek goed genoeg om aan een tweede assistentiehond te beginnen. En Marlouke deelt die keuze. Sandra: ‘Voordat ik ziek werd, heb ik altijd met meerdere honden geleefd. Dus ik weet wat dat inhoudt, maar toen was ik wel gezond. Jaren geleden kreeg ik een ernstig auto-ongeluk en daarbovenop ook nog een erfelijke spierzenuwziekte en een auto-immuunziekte. Progressief, maar sinds ik Babbe heb, is mijn situatie stabiel. In de afgelopen zeven jaar ben ik niet één keer opgenomen geweest in het ziekenhuis. Dat was voordat ik een assistentiehond had wel anders. Dat maakt ook dat ik überhaupt de mogelijkheid heb om aan een tweede assistentiehond te kunnen beginnen. Dat is ook niet iedereen gegeven. Maar dat vergt wel veel nadenkwerk en voorbereiding.’


‘Zin in een vrolijk, jong draakje’

Een assistentiehond is niet af als je ‘m krijgt. Sterker nog: dan begint het eigenlijk pas. Maar ook al gaat het zwaar worden, Sandra vindt het een leuk vooruitzicht: ‘Een jonge hond brengt veel vrolijkheid in huis en dat zal bij Babbe ook voor een opleving zorgen. Als er op een gegeven moment een match is, komt er een jonge hond binnen. Een lekker, enthousiast, jong draakje, waar ik heel veel zin in heb. Maar dat tegelijkertijd voor een stukje verstoring gaat zorgen. Je moet dan met z’n drieën een nieuwe start maken. En dat is nu al begonnen. Ik zit in een rolstoel en Babbe loopt niet meer zulke lange routes. Maar dat moet ik straks met een jonge hond wel weer gaan doen. Ik ben daarom nu al aan mijn conditie aan het werken en leg lange routes in mijn eentje af, zodat ik het straks conditioneel aankan. Ook ben ik al goede routes aan het zoeken voor als we straks met zijn drieën over straat gaan. Je bent namelijk een stuk breder met twee honden naast je. De voorbereiding op een nieuwe hond verweeft zich dus nu al in mijn dagelijkse leven.’

Honden op bezoek om te wennen

Om Babbe voor te bereiden dat er straks een hond bij komt, heeft Sandra de afgelopen tijd vaak honden uitgenodigd bij haar thuis. ‘Dat waren veelal bevriende pleeggezinnen met KNGF-honden, want ik vind het belangrijk dat het sociale honden zijn. Het moet voor Babbe een positieve ervaring worden. En Marlouke heeft ook een keer haar eigen hond meegenomen om te kijken hoe Babbe reageert. Toen we haar hond in de keuken een lade lieten openen, stond Babbe er rustig bij. Ze had zoiets van: ga je gang, dat kan ik allang. Ik had niet het gevoel dat ze dacht: hee, dat moet ik eigenlijk doen. Dat geeft me wel een gerustgesteld gevoel.’

Veel vertrouwen in de opvolger

Want dat er een opvolger nodig is, merkt Sandra zeker ook. ‘Ze doet haar werk nog even enthousiast, maar ze is sneller moe en slaapt meer. Het is fijn als ze straks lekker kan blijven liggen terwijl de nieuwe assistentiehond mij helpt.’ Om voor een nieuwe assistentiehond in aanmerking te komen, volgt er eerst een nieuw voorzorgbezoek. ‘Het is prettig dat de KNGF-instructeur je zo goed kent. Al sinds ik Babbe heb, heb ik contact met Marlouke. Zij heeft met eigen ogen kunnen zien hoe stabiel ik ben gebleven de afgelopen jaren en ze heeft een goed beeld van Babbe en van mij en van hoe wij samen zijn. Maar ook hoe we leven en wat ons ritme is. Bij een eerste hond moeten er drie neuzen dezelfde kant op staan: die van KNGF, die van mij en die van de hond. Maar straks zijn het er vier, want Babbe heeft ook een stem. De nieuwe hond moet ook bij haar passen. Ik heb er alle vertrouwen in dat Marlouke de perfecte opvolger vindt. En het maakt me niet uit wat voor hond, al is hij KNGF-paars, als het karakter maar past. Dan komen we er wel met zijn drieën. Want dat is wat ik hoop: dat we straks een drie-eenheid zullen vormen.’

 

Onze website gebruikt cookies