Een kijkje in de kraamkamer van een fokgastgezin 

In huis bij de familie Breur liggen 5 snoezige, zwarte pups op een dotje te slapen. Bijna 8 weken lang is dit huis een veilige cocon waarin de kleintjes opgroeien. Moederhond Genza drentelt zorgzaam om haar kroost heen. Vandaag komt fokspecialist Ingrid langs voor een nestbezoek.  

Het tafereel van moeder en pups is knus en huiselijk, maar is onderdeel van een groter geheel. De fokafdeling van KNGF Geleidehonden bestaat al 40 jaar. KNGF begon met het fokken van pups in kennels, maar niet voor lang. Ingrid: ‘Uit onderzoek bleek dat het voor honden veel beter is om in een huiselijke omgeving op te groeien. Nog voordat ik bij KNGF kwam werken was al besloten om bij mensen thuis te fokken. Daarmee werd het principe van het fokgastgezin geïntroduceerd: vrijwilligers die de moederhond en het nest in huis nemen. Het gastgezin ontvangt daarbij begeleiding van een fokspecialist.’ 

Schattige dikkertjes

Jantineke en Ronald Breur zijn fokgastgezin voor KNGF. In die rol hebben ze moederhond Genza onder hun hoede. ‘Officieel is ze eigendom van KNGF,’ zegt Jantineke, ‘maar het is ook onze lieve huishond die hier permanent woont.’ Genza is een herder die een maand geleden haar nestje pups ter wereld bracht: 4 blakende teefjes en één reutje. Als alles meezit, worden ze op een dag assistentiehond. Nu zijn het nog schattige dikkertjes, die bij een zuchtje wind al omtuimelen.   

Bij ons eerste nestje waren we haast bang om die kleintjes op te pakken

– Ronald Breur, fokgastgezin
Afbeelding van puppy met voer.
Moederhond Genza met pups R-nest 2025

Huis-tuin-en-keukengeluiden

Ingrid tilt voorzichtig een teefje op en inspecteert haar blauwe oogjes. Na 36 jaar in dit vak kan ze de uiterlijke kenmerken van een gezonde pup wel dromen. ‘Ik controleer of de pup zich goed ontwikkelt, dus het gewicht, het gebit en ik knip de nageltjes. Soms signaleer je afwijkingen, maar dit nestje doet het hartstikke goed.’ Op de keukentafel staan biscuitjes met roze en blauwe muisjes om de geboorte van de pups te vieren. Ze zijn inmiddels 4 weken oud. In deze fase is het belangrijk dat ze fit blijven, maar ook dat ze wennen aan prikkels in een huiselijke setting: het malen van koffiebonen, de afzuigkap, de deurbel. Dit kun je niet nabootsen in een kennel en daarom zijn fokgastgezinnen zo belangrijk.  

Een sprintje trekken  

‘We begonnen in 2001 als puppypleeggezin,’ vertelt Jantineke. ‘Daarbij voed je een pup op, totdat ‘ie naar school gaat. Dat is een langere commitment, maar minder intens omdat het werk verspreid is over een jaar. Als fokgastgezin trek je rond de geboorte van een nest een behoorlijke sprint.’ Ingrid vult aan: ‘De pups komen ter wereld en 7,5 week later verhuizen ze naar een puppypleeggezin. Ze worden blind en doof geboren en zijn die eerste weken heel kwetsbaar. Als fokgastouders moet je er 24 uur per dag voor zorgen dat ze genoeg eten, warm blijven en niet ziek worden. Daarbij draag je ook de kraamzorg voor de moederhond. Dat is veel gevraagd van onze vrijwilligers, we realiseren ons dat goed.’  

Meer mobiel door telefoon   

Gelukkig staan fokgastgezinnen er niet alleen voor. Bij de familie Breur komt er wekelijks iemand langs en is er regelmatig app-contact. ‘Kun je je voorstellen dat ik vroeger geen mobiele telefoon had?’ zegt Ingrid. ‘Ik was aan huis gekluisterd, want rond een bevalling moest ik altijd bereikbaar zijn. Zomaar de deur uitgaan ging niet. Nu kunnen fokgastgezinnen me overal bellen of appen. Ik zeg nu ook vaak: “stuur maar even een filmpje van de hond”. Dat maakt m’n werk een stuk makkelijker.’  

Je weet dat de pups een prachtige toekomst voor zich hebben

– Jantineke Breur, fokgastgezin
Afbeelding van puppy met voer.

Moederhond op schoot  

Niet alleen in de communicatie, ook in de begeleiding van bevallingen is veel veranderd. ‘Vroeger dachten we dat moederhonden veel steun van ons nodig hadden,’ vertelt Ingrid. ‘Je zat er letterlijk bij in de werpkist. Soms met een barende hond op schoot; thuis zaten mijn kleren onder het vruchtwater. Nu weten we dat veel honden het prima zelf kunnen en dat wij alleen hoeven ingrijpen als er iets misgaat. Dat was een groot inzicht.’  

Weerbare pups  

Ook voor Ronald en Jantineke veranderde hun omgang met nesten in de loop der jaren. ‘Bij ons eerste nestje waren we haast bang om die kleintjes op te pakken,’ zegt Ronald. ‘Maar dan zie je dat een moederhond zelf ook niet altijd zachtzinnig is. Pups zijn weerbaarder dan je denkt en na 8 nestjes is het voor ons ook minder spannend natuurlijk.’  

Flexibel meebewegen  

Een KNGF-moederhond mag 4 keer in haar leven een nestje krijgen. Dat vertaalt zich in piekperiodes waarin het leven van fokgastouders even op zijn kop staat. Daarna is er weer een langere, rustige fase. Jantineke is inmiddels gewend aan dit ritme. ‘Het past goed bij ons leven nu. Ik ben verpleegkundige en ga richting mijn pensioen. Ronald is al gestopt met werken. We kamperen graag en plannen dat niet ver vooruit. We passen ons makkelijk aan.’  

In besloten kring  

Op de plek waar Genza en haar pups liggen, staat normaal de eettafel. ‘We eten tijdelijk op de bank met het bord op schoot,’ zegt Ronald. ‘Mijn verjaardag heb ik ook even overgeslagen. Vrienden en familie kregen op de app een foto van mijzelf met de puppy’s. “We vieren het dit jaar in besloten kring”, stond erbij. Een geintje natuurlijk, maar het is ook echt niet toegestaan om bezoek te ontvangen in de eerste 3 weken. De pups zijn dan nog te klein en vatbaar voor ziekten.’  

Nu zijn het nog schattige dikkertjes, die bij een zuchtje wind al omtuimelen

Afbeelding van puppy met voer.
Moederhond Genza met pups

Doorknallen en bijtanken  

Een fokgastgezin met een hekel aan huishoudelijke klusjes is geen handige combinatie. Je hebt er namelijk een dagtaak aan, zegt Jantineke: ‘De pups zijn niet zindelijk, dus de wasmachine draait iedere dag.’ En ’s nachts is het niet de wasmachine, maar Ronalds hoofd die op volle toeren draait. Hij houdt het nestje op gezette tijden in de gaten via een camera. ‘Het is intensief’, bekent Ronald, ‘maar het geeft veel voldoening. Met een extra dutje overdag hou ik het goed vol.’  

Gezonde pups met potentie  

In 40 jaar tijd is de fokafdeling uitgebreid naar 5 medewerkers. Jaarlijks worden inmiddels worden 150 tot 200 pups geboren binnen het fokprogramma van KNGF. De ambitie is natuurlijk om dit aantal te verhogen, maar voor Ingrid staat één ding voorop: ‘We willen zo gezond mogelijke dieren, met de beste werkeigenschappen voor een assistentiehond. Om dit te bereiken werken we al jarenlang samen met hondenscholen over de hele wereld. En we zijn goed op weg: zo’n 70 procent van onze pups haalt de eindstreep en wordt hulphond of fokhond.’   

Afscheid nemen  

Om méér mensen met een beperking te helpen aan een assistentiehond, zijn toegewijde mensen zoals de familie Breur onmisbaar. Voor Jantineke en Ronald zit de betekenis van hun inzet niet in cijfers. Ze voelen het vooral op het moment dat de pups vertrekken. Jantineke: ‘Ik raak elke keer geëmotioneerd, maar niet zozeer door het afscheid. Het is meer de ontlading, van: we hebben het weer volbracht. En je weet ook dat de pups een prachtige toekomst voor zich hebben.’  

Nieuw begin voor iedereen  

Over 3,5 week verlaten Genza’s pups het nest. Tegen die tijd zijn ze flink gegroeid en is moeder, hoe waakzaam ze nu ook is, toe aan rust. ‘Als het huis leeg en opgeruimd is, heeft een moederhond daar snel vrede mee,’ zegt Ronald. Daarna volgt een vast ritueel. ‘We gaan met z’n drieën naar het strand. Dat vindt Genza heerlijk. Voor ons voelt het symbolisch. We beginnen dan allemaal weer met een frisse start.’  

Meer verhalen over nestjes van KNGF Geleidehonden