De honden die bij KNGF in opleiding zijn, lijken op het eerste gezicht al topfit. Toch krijgen sommige van hen een extra fitnessprogramma. Niet omdat het moet, maar omdat het helpt. Kennelmedewerkers Denise en Mirjam en trainer Masja vormen het fitnessteam en vertellen waarom dit een waardevolle aanvulling is op de opleiding.

Waarom krijgen honden op school naast hun training soms ook nog fitness?

Mirjam: ‘Ze zijn nog jong als ze op school komen. Bovendien zijn het grote rassen, en die honden zijn zich lang niet altijd bewust van hun achterhand, de bekken en achterpoten. Fitness helpt bij spieropbouw en lichaamsbewustzijn. Als een hond beter voelt wat zijn lijf doet en hoe hij zich beweegt in de ruimte, voorkom je uiteindelijk blessures. In principe zouden we voor al onze zestig honden een programma kunnen maken, maar dat is niet haalbaar. We zetten het gericht in: als een trainer iets opvalt, komt een hond bij ons en gaan we er actief mee aan de slag.’
Masja: ‘Het kan ook dat een hond een blessure heeft gehad en bij de fysiotherapeut is geweest. Dan doen wij de oefeningen van de fysio met ze, zoals spierversterkende training na een knieblessure. Of als honden last hebben van hun nek, rug of schouders.’

En wat gebeurt er als de hond straks naar een cliënt gaat, zonder fitnessteam?

Denise: ‘Wij stoppen minimaal twee weken voor het einde van de opleiding, liefst nog iets eerder. Dan kijken we wat er gebeurt zonder fitness: vallen ze terug in oude patronen of komt een blessure terug? Zo kunnen we ze nog even goed in de gaten voordat ze uitstromen.’

Trainer Masja geeft Onslow fitnesstraining in de KNGF-kennel

Hoe ziet zo’n fitnessprogramma eruit?

Denise: ‘Bij ons bestaat een programma uit vijf onderdelen: flexibiliteit, statische kracht, explosieve kracht, cardio en mentale stimulans.’
Mirjam: ‘We beginnen altijd met observeren. We lopen buiten met de hond, kijken hoe hij staat, zit en ligt. Op basis daarvan en de aandachtspunten stellen we een programma samen. We starten met basisoefeningen en bouwen dat langzaam op: meer herhalingen, zwaardere oefeningen. Als we een hond zien waarvan we denken: dit loopt niet goed of we hebben twijfels, dan sturen we hem eerst door naar een dierenarts of fysiotherapeut.’
Masja: ‘Wil je echt resultaat zien, dan moet je twee tot drie keer per week trainen. Met één keer per week bouw je niets op; dan blijft het entertainment voor de hond.’

Het programma bestaat inmiddels een aantal jaar. Zijn er resultaten zichtbaar?

Masja: ‘Bij mij komen honden die om wat voor reden dan ook geen blindengeleidehond kunnen worden. Ze hebben bijvoorbeeld hoogtevrees of moeite met traplopen. Daar worden ze op omgeschoold. Door fitness in te zetten, zie ik dat dit soort problemen verminderen.’

Kunnen die honden dan terug de opleiding in?

Masja: ‘Nee, dat is een stap te ver. Maar we zien wel dat ze vooruitgaan. Dat ze samen met hun baas bijvoorbeeld een trap durven nemen of langs een balustrade durven lopen, terwijl ze dat eerst niet deden. We leren ze ermee omgaan en bouwen vertrouwen op. Ze ontdekken: ik heb vier poten, ik kan dit.’
Denise: ‘Voordat een hond definitief wordt afgekeurd, proberen we dit soort problemen hier altijd nog te verhelpen. Tot nu toe hebben we daar regelmatig succes mee.’
Mirjam: ‘Soms zit er ook verschil tussen angst en fysiek niet kunnen. Wij kijken altijd: springt een hond de bus niet in omdat hij het niet kan, of omdat hij het eng vindt? De aanpak is namelijk totaal anders.’

Dat is niet iets wat de trainer er al uithaalt?

Mirjam: ‘Als het echt gedrag is, natuurlijk wel. Daar kan de trainer ook op oefenen. Vaak doen wij in overleg een fitnessprogramma eraan vast, omdat je daar mee wel een bepaald vertrouwen kweekt.’ Denise: ‘In zulke gevallen kijken wij wat dieper dan een trainer. Wij beoordelen niet alleen of de hond de oefening kan uitvoeren, maar ook of hij zijn poten goed plaatst. Of wijdbeens staat.’

Trainer Masja geeft Onslow fitnesstraining in de KNGF-kennel

Want dat inzicht heeft een trainer niet?

Denise: ‘Je ziet dat niet als je zelf met een hond bezig bent. Daar moet echt iemand voor meelopen.’
Masja: ‘Wij kijken ook heel vaak met elkaar mee.’

Vinden de honden het leuk?

Denise: ‘De eerste één of twee keer kan het even wennen zijn, maar daarna merken ze meteen: “Hé, we gaan weer iets leuks doen.” Als ze kenneldeel drie binnenkomen, lopen ze al sneller, want in deel vier gaan we aan de slag.’ Masja: ‘Voor hen is het gewoon een soort speeltuin.’
Kunnen mensen thuis ook met hun hond fitnessen?
Denise: ‘Als een hond fysiek gezond is, kun je zeker oefeningen doen.’ Masja: ‘Maar als je er geen ervaring mee hebt, raad ik wel aan eerst een workshop te volgen. Dan leer je hoe jouw hond in elkaar zit, want iedere hond is anders.’ Mirjam: ‘En waar je op moet letten.’ Denise: ‘En wanneer je moet stoppen.’

Wanneer is dat?

Masja: ‘Voordat de hond oververmoeid raakt.’
Hoe herken je dat?
Masja: ‘Je ziet het aan de beweging. De hond wordt slapper, krijgt meer moeite met de oefening of kan die niet meer goed afmaken. Ook hijgen neemt toe.’
Mirjam: ‘Soms zie je het ook: bij oefeningen op bijvoorbeeld foam pads raken ze uit balans en vallen ze ernaast.’
Masja: ‘En dan ben je eigenlijk al te laat. Daarom houden we de trainingsduur kort: meestal 10 tot 15 minuten per hond. Alleen bij een ervaren hond met een uitgebreid programma gaan we richting de twintig minuten. Dan heb je het echt over een gevorderde hond die bijna klaar is met zijn opleiding.’

Video: Onslow oefent