Dit verhaal komt uit het KNGF-jubileumboek Dierbaar, wat in 2025 verscheen.
Marlouke kan het niet verwijderen van haar telefoon: het laatste hartje dat ze van Brenda kreeg via WhatsApp. Het is niet dat ze er heel vaak naar kijkt, maar het berichtje verwijderen voelt als het weghalen van een herinnering. Marlouke is van het bewaren. Ze denkt dat het ergens op de PG-afdeling is begonnen. Vanaf haar vijftiende werkt ze in verpleeghuizen nadat ze hoort dat je daar meer kunt verdienen dan in de supermarkt. Eerst in de keuken en later in de verzorging op de psychogeriatrie, oftewel de PG: een gesloten afdeling voor mensen met dementie. ‘Als ik daar foto’s van vroeger pakte, kwamen de herinneringen omhoog. Door de manier waarop ze vertelden, merkte ik dat het ze goed deed.’
Ze ziet daar best heftige dingen, en als ze er begint, zegt dementie haar nog weinig. Zo weet ze nog precies hoe het er op haar eerste dag aan toeging. ‘Ik dacht echt: wat is dit? De een deed zijn kunstgebit uit en gaf dat aan een ander. Weer iemand anders gooide een kop koffie over tafel. “Wat doet u?” vroeg ik en diegene zei: “Ik geef de bloemetjes water.” Dan ben je zestien.’ Marlouke volgt een interne opleiding waardoor ze bewoners mag wassen en aankleden, en leert er dingen waar ze profijt van heeft als instructeur van ADL-assistentiehonden. ‘Ik kijk niet raar op van een katheterzak die geleegd moet worden. Als iemand het over decubitus heeft, dan weet ik dat het doorligplekken zijn en wat dat inhoudt. Ik voel me niet snel ongemakkelijk bij lichamelijke situaties van iemand. Achteraf gezien is het wel een mooie voorbereiding geweest op wat ik nu doe.’
Eigenlijk komt de liefde voor de hondenkant van het vak op eenzelfde organische manier haar leven inrollen. Ze volgt een opleiding dierverzorging, en nergens mag ze haar eigen hond meenemen naar de stageplek, behalve bij een hondenschool. ‘Ik had natuurlijk al wel wat met honden, anders heb je er zelf niet eentje, dus die stage leek me leuk en praktisch.’ Het bevalt zo goed dat ze mag blijven om les te geven. Daar moet ze dan wel een opleiding voor volgen tot kynologisch instructeur. Ze schrijft zich in bij wat dan nog de Martin Gaus Academie heet en komt er een oud-klasgenoot tegen die bij KNGF werkt. Als jij daar kan werken, denkt Marlouke, dan maak ik misschien ook wel een kans. En ze doet een gooi naar de functie van blindengeleidehondeninstructeur.
Tijdens het sollicitatiegesprek krijgt Marlouke te horen dat ze haar te jong vinden voor de functie, ze is dan eenentwintig. Of ze het misschien ziet zitten om in de basistraining aan de gang te gaan. Dan krijg je de honden die net op school zijn onder je hoede. ‘Ik dacht alleen maar: Wat je me ook aanbiedt, ik wil hier gewoon werken.’ Het blijkt een perfecte tussenstap. ‘Nu gaat dat anders, maar toen kreeg je iedere drie weken vier tot vijf nieuwe honden in je handen en daar leer je onwijs veel van. Honden hebben allemaal hun eigen aandachtspunten en aanpak nodig, je doet er veel ervaring mee op.’
Door haar weet ik wat voor type hond je bij iemand met MS plaatst.
– Marlouke over client Brenda
Uiteindelijk begint Marlouke toch aan de opleiding tot blindengeleidehondeninstructeur, maar die zal ze nooit afmaken, want dan start KNGF met een nieuwe carrière: de ADL-assistentiehond. Aan Marlouke, met haar verpleeghuiservaring, wordt gevraagd of ze wil helpen met het opstarten van het pilotproject.
Via een oproep aan mensen die mee willen doen aan de KNGF-pilot voor assistentiehonden, komt Brenda in het leven van Marlouke. Ze is een van de eerste cliënten die in 2012 een ADL-assistentiehond krijgt. Vierentwintig is Marlouke als ze voor het eerst bij Brenda over de vloer komt. Brenda is dan achtendertig en heeft Multiple Sclerose. ‘Ik heb heel veel van haar over MS geleerd. Niet alleen door wat ze me heeft verteld, maar ook omdat je het proces meemaakt. Je beweegt mee naar beneden. Elke keer dat je langskomt is er een functie minder geworden of is er een nieuw probleem ontstaan. Tot aan het moment dat het echt niet meer goed gaat en er bezoeken niet door kunnen gaan. Door haar weet ik wat voor type hond je bij iemand met MS plaatst. Haar assistentiehond Zola was een hond die heel goed kon bijleren. Dat is belangrijk als het om een progressieve aandoening gaat. Je hebt ook honden die kunnen wat ze kunnen, maar meer moet je niet van ze verwachten. Die zet je eerder bij iemand waar de aandoening stabiel is.’
Het is pionieren voor de twee vrouwen, de een levert een van haar eerste assistentiehonden af en de ander leert werken met haar eerste hond. Vier weken lang leert Marlouke Brenda en Zola samenwerken. Thuis doet de man van Brenda heel wat wasjes, zodat Zola kan oefenen om de was uit de machine te halen en samen met Brenda op te hangen in de logeerkamer. Ze gaan met de rolstoeltaxi naar het ziekenhuis waar Brenda vaak moet zijn. Het zijn intensieve weken, maar samen komen ze er wel. En af en toe is het even achter de oren krabben.
‘Assistentiehond Zola was een hond die heel goed kon bijleren.’
‘Op school in Amstelveen leerden we de honden bijvoorbeeld los van de lijn apporteren. Maar dan deed ik de instructie bij Brenda en dan gingen we het apporteren ook in de winkel oefenen. Daar was de hond aangelijnd en dan kwam Zola er opeens niet uit met de bocht die ze moest maken. Dan dacht ik: hoe gaan we dit nou weer doen? Hoe ziet alles wat een hond geleerd heeft eruit in de praktijk? Wat gebeurt er als ’s ochtends de thuiszorg komt? Of als er pakketjes binnengezet moeten worden en de hond waaks is op de deurbel, waardoor de postbezorgers niet meer binnen durven te komen? Tegelijkertijd ben je aan het ontdekken wat wel en niet haalbaar is. We gingen ervan uit dat deze groep cliënten visueel veel beter kan inspelen op bepaalde zaken, zoals goed getimed roepen bij het loslopen. In de praktijk blijkt dat het gewoon anders werkt. Ze kunnen misschien wel zien maar het zijn ook geen hondentrainers: ze hebben verminderde energie, misschien meer pijn, gebruiken medicatie. Hun reactievermogen kan anders zijn. Daar kom je gaandeweg achter.’
Naast Brenda hoort ook Karin tot een van de eerste KNGF-cliënten met een ADL-hond. Zij heeft al honden gehad van een andere school. Dankzij mensen als Brenda en Karin leert Marlouke hoe ze een hond voor iemand moet opleiden, en weet ze precies wat voor type hond bij iemand past. Ook nu nog leert ze van haar cliënten. ‘Je kan denken: Ik vind het leuk als een hond me veel opzoekt en lekker mee op pad gaat, maar met MS zijn er dagen dat dit niet gaat. Een hond moet dan niet het gevoel hebben iets te kort te komen, waardoor hij vervelend gaat doen en de cliënt niet tot rust komt. Sommige mensen doen te laat een aanvraag en dan hebben ze de energie niet meer om naar buiten te gaan om de hond uit te laten. Brenda deed het op het goede moment, dan voegt die hond daadwerkelijk iets toe, waardoor ze weer meer levensvrijheid had. Ze kon even weer terug naar normaal, ze kon weer dingen zelf doen.’
Zola geeft Brenda zoveel vrijheid dat ze een actieve ambassadeur kan zijn voor KNGF. Belangrijk, want in die beginfase weten nog maar weinig mensen wat een ADL-assistentiehond is en dat de organisatie deze honden nu ook opleidt. Zola en Brenda zijn te zien in promotiefilmpjes en komen langs bij donateursdagen of een open middag in Amstelveen. Brenda mag zelfs een keer als KNGF-ambassadeur de handelsbeurs openen door ’s ochtends vroeg tegen de gong aan te slaan. Ook beleven Marlouke en Brenda samen hun tv-debuut bij het kinderprogramma Zapplive. De vrouwen vergeten het avontuur niet snel. Tijdens de show worden Marlouke en Brenda uitgebreid bevraagd over het werk van een assistentiehond. Zola mag in de studio haar kunsten vertonen en laten zien hoe ze de sloffen uitdoet bij Brenda. Maar Zola doet nog meer wat Brenda en Marlouke niet meteen doorhebben, maar de cameraman wel. Als Zola rondsnuffelt in de studio, pakt ze stiekem een zakje pepernoten vanachter het decor. Heel parmantig loopt ze met haar vondst op Brenda af om trots te laten zien wat ze nu toch weer heeft gevonden.
Het mág me raken. Ik heb het nodig.
Helaas komt er door de progressieve ziekte ook weer een einde aan de vrijheid en zelfstandigheid die Brenda met Zola heeft herwonnen. Marlouke: ‘Dan breekt het moment aan dat het zoveel slechter gaat dat een hond er niet meer iets in kan betekenen. Dat is erg moeilijk. Je bent zo gewend om een hond steeds weer iets te laten bijleren, zodat ze als team verder kunnen. Maar dan neemt de ziekte het over. Dat gebeurt niet bij iedereen en ook niet bij iedereen met MS, maar het is wel een rode draad bij deze doelgroep.’
Als Zola acht jaar wordt, komt het gesprek voor een vervangende hond. ‘Ik wist al wel dat het steeds slechter ging, maar in dat gesprek gaf Brenda aan dat het echt niet meer goed ging en dat ze graag euthanasie wilde. En wat zeg je dan? Er zit best tijd tussen de boodschap en het moment dat het daadwerkelijk gebeurt, dus je leeft ook daarbij mee. Er moeten vervolgens dingen geregeld worden voor die hond. Je bent er nog een paar keer en mensen willen graag afscheid van je nemen. En ze willen jou geruststellen. Ze zijn blij dat ze gaan. Volgens mij mag dat je allemaal raken. Het gaat om een mensenleven.’
Het is ook nauwelijks te voorkomen dat ze geraakt wordt. Ze stapt letterlijk bij mensen in hun privéleven. Ze moeten van alles met haar delen zodat zij de hond zo goed mogelijk op maat kan trainen. Een vertrouwensband komt er dan vanzelf en de intieme en persoonlijke gesprekken volgen ook. Zoals over hoe ver iemand wil gaan, of tot waar de levenskwaliteit loopt. ‘En dan gaat het even helemaal niet over de hond. Dan gaat het over hen en dan willen ze dat met je delen. En soms zit ik daarna dan in de auto te janken – om verdrietige dingen, of juist omdat een cliënt me een berichtje stuurt om te vertellen dat ze nieuwe longen krijgt. Spannend en persoonlijk. Nou ja, so be it.’
Marlouke probeert soms om afstand te houden. Zeker nadat Karin en Brenda een maand na elkaar euthanasie krijgen. ‘Toen dacht ik wel even: dit gaan we niet meer doen. Maar dat is uiteindelijk niet wie ik ben. Dan heb ik liever dat het me raakt. Dat is hoe ik in mijn werk zit: op het moment dat situaties me niet meer raken, ben ik afgestompt. Het mág me raken. Ik heb het nodig.’ Het laatste hartje van Brenda blijft daarom gewoon in de telefoon bij Marlouke. ‘Ik heb veel van Brenda geleerd en deze kennis zal ik als instructeur altijd bij me dragen.’
Meer lezen?
Dit verhaal komt uit Dierbaar, wat in 2025 verscheen. In het boek lees je 21 verhalen van mensen die aan KNGF Geleidehonden zijn verbonden en daardoor ook op een bepaalde manier met elkaar. Deze verhalen geven een uniek kijkje in alle gebeurtenissen en herinneringen die altijd deel blijven van de geschiedenis van KNGF. Maar allemaal zijn het momenten die dierbaar zijn en een onuitwisbare indruk achterlaten.
